De strafbeschikking en transactie van het Openbaar Ministerie

Als een persoon een overtreding of misdrijf heeft begaan dan kan de Officier van Justitie een strafbeschikking opleggen aan die persoon of een transactie aanbieden.

Een strafbeschikking is een straf of maatregel die wordt opgelegd door de Officier van Justitie zonder tussenkomst van de rechter, dit is een vorm van buitengerechtelijke afdoening voor gepleegde overtredingen en misdrijven. Indien de Officier van Justitie vaststelt dat een persoon een overtreding heeft begaan of een misdrijf heeft begaan waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf staat, dan kan hij op grond van artikel 257a lid 1 van het Wetboek van Strafvordering een strafbeschikking tegen deze persoon uitvaardingen, welke strafbeschikking op voet van artikel 257a lid 2 van het Wetboek van Strafvordering de volgende straffen kan bevatten:

Soorten straffen bij beschikking

  1. Een taakstraf van ten hoogste honderdtachtig uren;
  2. Een geldboete;
  3. Onttrekking van inbeslaggenomen goederen aan het verkeer;
  4. De verplichting tot betaling aan de Nederlandse Staat van een som geld ten behoeve van het slachtoffer;
  5. Ontzegging van de rijbevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste zes maanden.

Verzetschrift tegen strafbeschikking

Als de verdachte het niet eens is met de strafbeschikking, dan heeft hij ingevolge artikel 257e van het Wetboek van Strafvordering de mogelijkheid om binnen veertien dagen in verzet te gaan tegen de strafbeschikking. Het verzetschrift dient te worden toegezonden aan het parket dat op de strafbeschikking wordt vermeldt. Als de Officier van Justitie door het verzetschrift op andere gedachten wordt gebracht, dan kan hij op grond van artikel 257e lid 8 van het Wetboek van Strafvordering de strafbeschikking intrekken.
 
Echter als dat niet het geval is zal de Officier van Justitie ingevolge artikel 257f van het Wetboek van Strafvordering het verzet bij de bevoegde rechter aanhangig maken en zal de Officier van Justitie de verdachte middels een dagvaarding oproepen voor de rechtbank, welke dagvaarding ingevolge artikel 266 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering ook weer kan worden ingetrokken zolang het onderzoek ter terechtzitting nog niet is aangevangen. De bevoegde rechter zal nadat de terechtzitting heeft plaatsgevonden direct uitspraak doen op de zitting of mondeling aangeven wanneer de uitspraak volgt.

Transactie

Voor een zaak die niet valt onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en waarvoor de Officier van Justitie volgens de beleidsregels geen strafbeschikking mag uitvaardigen kan Officier van Justitie op grond van artikel 74 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht in plaats daarvan een transactie of schikkingsvoorstel aanbieden.

De Officier van Justitie zal dan voor aanvang van de terechtzitting voorstellen om de strafvervolging op voet van artikel 74 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht af te kopen door betaling van een som geld aan de Nederlandse Staat of door onbetaalde arbeid te verrichten voor de Nederlandse Staat voor het begane misdrijf of overtreding. Door voldoening aan die voorwaarde of voorwaarden vervalt het recht tot strafvordering. Echter bij misdrijven waarop meer dan zes jaar gevangenisstraf staat is het niet toegestaan om een transactie aan te bieden.

Geen bezwaar bij transactie

Het is niet mogelijk om bezwaar te maken tegen een aangeboden transactie. Enkel door het niet betalen van de geldboete of het niet uitvoeren van de onbetaalde arbeid, geeft de verdachte daarmee te kennen dat hij niet akkoord gaat met het schikkingsvoorstel. Als de verdachte het schikkingsvoorstel niet accepteert, dan zal de Officier van Justitie de verdachte alsnog dagvaarden voor de bevoegde rechter en zal de rechter uitspraak doen.

Terug naar weblog overzicht

Geschreven door: Mark Fluitman







Google